Winkelmand
  • Geen producten in de winkelwagen

Onze winkels
Klantenservice

Klantenservice
Telefoon: 030 234 1499
E-mailadres: utrecht@kathmandu.nl

Kathmandu Amsterdam
Kathmandu Amsterdam
Bezoekadres

Haarlemmerstraat 123
1013EN Amsterdam

Telefoon 020 624 3652

Openingstijden Amsterdam
Maandag 12:00 - 18:00 uur
Dinsdag 10:00 - 18:00 uur
Woensdag 10:00 - 18:00 uur
Donderdag 10:00 - 18:00 uur
Vrijdag 10:00 - 18:00 uur
Zaterdag 10:00 - 18:00 uur
Zondag 12:00 - 17:00 uur
Kathmandu Utrecht
Kathmandu Utrecht
Bezoekadres

Oudegracht 260
3511NV Utrecht

Telefoon 030 234 1499

Openingstijden Utrecht
Maandag 12:00 - 18:00 uur
Dinsdag 10:00 - 18:00 uur
Woensdag 10:00 - 18:00 uur
Donderdag 10:00 - 18:00 uur
Vrijdag 10:00 - 18:00 uur
Zaterdag 10:00 - 18:00 uur
Zondag 12:00 - 17:00 uur

Toen we nog op vakantie gingen

| Wandelen

Helemaal tot rust komen in de natuur. De ene voet voor de andere zetten en alleen zeker weten dat je vannacht een slaapplaats hebt, want je hebt je tent in je rugzak zitten. Verder zie je wel waarheen je gevoerd wordt. Heerlijk! Alleen nu in deze tijden even wat minder makkelijk, maar dan hebben we wat te dromen voor als het weer beter wordt. Dromen… dat doet me denken aan die ene nacht onderweg een paar jaar geleden.

Die nacht viel ik bijna van het klif.

De nacht dat ik over de scheerlijn struikelde die strak aan de bovenkant van dat klif stond gespannen. Het was m’n eerste nacht aan de zuidwestkust van Wales, waar ik zo’n tweehonderd kilometer zou gaan lopen met mijn huis op mijn rug. Dik de helft van het Pembrokeshire Coast Path lag op me te wachten, tegenwoordig opgenomen in het Wales Coast Path. En ik brak al bijna mijn nek na de eerste paar gelopen kilometers.

Het leek me een beetje saai om zoveel dagen aan een stuk met de zee aan mijn zijde te lopen, dus kocht ik dag twee een lokale kaart en stippelde een route uit via public footpaths. Ik zou een oude gletscher vallei volgen tot aan mijn volgende plekje aan de kust. Het bleek een prachtig groene omgeving te zijn. Mede dankzij al dat water en die drassigheid die zorgden voor drijfzand, bagger, stroompjes waar een pad hoorde te lopen, mossen en veen. Lange dag, maar prachtige plaatjes geschoten :-) 

Dag drie was best wel afzien. Sowieso is voor veel mensen de derde dag een dip-dag en ik ben na iets minder gelopen kilometers dan geplanned overstag gegaan bij een boerderijcamping. Of nouja, er stond een bordje met “Toilet” bij een schuur en een camper ergens verderop in het veld. De koeien boerden hun maaltijd nog eens op naast me en ik sliep die avond al vroeg en die nacht diep. De volgende ochtend vervolgde ik mijn route via de vuurtoren op Strumble Head die me ‘s nachts af en toe had beschenen.

Die zee alsmaar aan één kant was eigenlijk helemaal niet zo saai. Wel meestal aanwezig, omdat het pad echt de kliffen schaart, maar soms stond er een heg tussen of volgde je even een andere route om inkopen te doen in een dorpje. Je kunt moeilijk verdwalen, want de zee is nooit ver weg. Maar de kliffen bieden steeds een ander beeld, andere kleuren, nieuwe bloemen en andere uitzichten. En weer een baai; nog een ruïne en bééstjes! Mijn eerste Jan van Gent heb ik aan die kust gespot!

Maar ook lieve mensen kwam ik tegen. Ik liep al een poosje te dralen op een strandje, omdat ik daarachter in de baai mijn tentje wilde opzetten die nacht. Het was nog licht, ik had een paar steenmannetjes gebouwd op het kiezelstrand en ik wachtte tot het begon te schemeren. Nicky deed nog een avondwandelingetje met Tan, haar border collie. Ze had gelijk in de gaten wat ik daar uitspookte, want was zelf fervent kampeerder en nodigde me uit voor een douche, een maaltijd en een zacht en vlak stukje grasveld in haar tuin.

Ik heb het aanbod aangenomen en de volgende dag hebben we na een flink ontbijt samen een kilometer of tien over het kustpad gelopen. Tijdens een rustdag met een rescueboat om Ramsey Island gevaren en het kleinste stadje met citystatus van het Verenigd Koninkrijk bezocht: St Davids. Met uiteraard een bezoek aan St Davids Cathedral.

Saint Brides Bay is die hele grote halve maanvormige inham aan de zuidwestpunt van Wales. Die heb ik in twee dagen doorgelopen. Na de storm die mijn tentje platlegde over mijn neus heeft het een hele dag geregend en heb ik een hostel genomen halverwege. ‘s Avonds klaarde het op en had ik de mooiste zonsondergang die ik me maar kon wensen.

In het onderste puntje van St Brides Bay ligt Marloes. Dat is geen jongedame, maar de naam van een dorpje. Hier heb ik afgewacht tot het weer goed genoeg was om via een klein vissersbootje over te steken van Martin’s Haven naar Skomer Island. Door harde wind en onstuimige stromingen tussen vasteland en het eiland werd er de eerste twee dagen niet gevaren en heb ik het schiereiland rondgelopen langs prachtig gekleurde kusten. De coastal bus reed nog niet, omdat het nog vroeg in het seizoen was, maar ik werd bij iedere liftpoging direct de eerste keer meegenomen.

Pas op dag drie was de weersverwachting goed genoeg om over te kunnen steken. Skomer Island is een klein eilandje van ongeveer 3 km2 met een enorme populatie aan zeevogels. Je kijkt uit op het nog kleinere eiland Skokholm en het nog kleinere, verder afgelegen Grassholm waar nauwelijks mensen komen. Maar dus wel op Skomer Island als het weer het toelaat. Je koopt een kaartje en hoort bij de maximaal 250 mensen per dag die worden toegelaten op het eiland. Per keer passen 50 passagiers op het bootje en vol is vol.

Maar als je dan al niet een stuk of honderd zeehonden hebt zien liggen bakken op het strandje voor de aanlegplaats, val je van de ene verbazing in de andere eenmaal op het eiland. De vogels plakken met duizenden tegen steile wanden, zeilen je om de oren of willen je op je hoofd pikken als je te dicht bij hun nest komt. Want het broedseizoen is begonnen zo eind april.

Degene die je waarschijnlijk niet gaat zien zijn de pijlstormvogels. Bijna de helft van de wereldpopulatie Noordse pijlstormvogels broedt hier op Skomer, maar komt pas ‘s avonds binnenvliegen onder de veiligere schemering om niet opgevreten te worden door de grote meeuwen en andere roofvogels. Maar ook (kuif-)aalscholvers, alken, zeekoeten, scholeksters en roofvogels als bijvoorbeeld de slechtvalk of de prachtige velduil kom je hier tegen. En die zie je wel overdag. Maar het grootste feest is het wel om de papegaaiduikers om je heen te hebben scharrelen. Er zijn zo’n 10.000 broedparen en ze hebben geen enkele angst voor je hier op het eiland. Als je in de weg staat, gaan ze gewoon voor je staan mopperen :-) 

De rest van de kilometers die nog volgden had ik alsmaar mijn blik op de zee gericht. Wie weet zag ik nog wel iets vliegen. Maar tijdens het doorsteken van een baai tijdens eb kwam ik kortbij een grijze zeehond die me nieuwsgierig volgde. Die moet ook gedacht hebben: “Wat een dom mens om met zo’n grote rugzak in dat blubberige zand te gaan lopen.”

Bij Watwick Bay kun je in de verte al wat industrie zien liggen. Je moet nog aardig wat kilometers lopen om daar te komen, omdat je alsmaar de kustlijn met iedere baai en elk uitsteeksel volgt, maar ook al zie je steeds vaker en meer tekenen van bebouwing en hoge schoorstenen, doordat je loopt en langzaam vordert, ben je veel meer bezig met de natuur kort om je heen. Daardoor lijkt die industrie helemaal niet zo op te vallen.

Bij sommige baaien kun je met laagtij de route afsteken, maar vandaag heb ik pech bij Mullock Bay. Ik volg de hoogtijroute en moet daardoor acht kilometer verder lopen, maar dat gaat over een klein slingerpaadje geflankeerd door duizenden bloemen en een prachtig uitzicht over voornoemde baai.

En dan Monk Haven.

Het is een smalle, beschutte inham van rode zandsteenkeien in de buurt van het dorp St Ishmaels. Er staat een hoge gekartelde muur achter en wordt geflankeerd door lage kliffen van rode zandsteen. De muur werd in de 18e eeuw gebouwd om de grens van het landgoed Trewarren te markeren. Bovenop één van die kliffen langs het kustpad vind je de overblijfselen van een uitkijktoren, ook weer in fraai rood, die uitkijkt over de kleine inham.

Zo kom ik alweer bij mijn laatste overnachting voordat ik de trein ga terugnemen. Ik loop inmiddels nabij Milford Haven en pal onder industrie door, maar zolang je de andere kant opkijkt, zie je alleen maar mooie dingen. Zoals Stack Rock. Een ergens rond 1850 gebouwd fort met drie kanonnen en nu een monumentaal pand, maar vooral een prachtig rustig plaatje zo middenin alle bedrijvigheid.

Terwijl ik overdenk dat ik met gemak mijn trein kan halen en nog een pakje fruitkeks opentrek voordat ik me weer aan de terugreis ga wagen, landt een regenwulp voor me op een dikke betonnen afwateringspijp. Wat nou industrie, mensen en bedrijvigheid... als je je ervoor openstelt, is de natuur altijd net om de hoek te vinden! Rugzak om en lopen maar!