Lengte: ongeveer 140 km
Start – finish: Sant Elm tot Port de Pollença
Gebergte: Serra de Tramuntana
Duur: 6 dagen
Markering: rode markeringen, wegwijzers

Dag 1:
Van Palma naar Sant Elm met de bus, waar onze GR 221-route begint. Het rode pad leidde naar Refugio de sa Coma d’en Vidal, dat gesloten was omdat het alleen als geheel te huren was en niet per persoon.
De route was zwaar: met een temperatuur van rond de 30°C en voortdurend bergop, maar wél met prachtige uitzichten op het onbewoonde eiland Sa Dragonera en de andere “drakenvin”-eilandjes. De bergen zijn kaal, er is nergens schaduw en ook water is schaars. Alle aangegeven bronnen waren droog. Gelukkig vonden we bij Refugio de sa Coma d’en Vidal een lekkende pijp, waardoor we net genoeg water konden verzamelen, in ieder geval voor soep. Ik zou een waterfilter aanraden, of op zijn minst het water koken dat je uit zo’n willekeurige pijp haalt.
We liepen 19 km met 1100 hoogtemeters. Het hoogste punt was Caseta de la Mola, een oude vesting.
Oorspronkelijk wilden we tot Estellencs komen, maar de afdaling was zo zwaar dat onze knieën te hard begonnen te protesteren.


Dag 2:
We daalden af naar Estellencs, waar we water konden kopen in een winkel en het dorpje verkennen. Daarna gingen we verder over een route die kort langs een weg liep maar daarna een prachtig bos inging met indrukwekkende stenen terrassen.
Het pad zelf was geplaveid met stenen, waardoor we konden opschieten. Onderweg openden zich steeds vaker uitzichten op zee tot aan Banyalbufar. We wilden daar zwemmen, maar het pad naar zee leidde tot een steile klif van ongeveer 15 meter, waar we alleen de golven onder ons zagen breken. Zwemmen was hier onmogelijk.
Dus maakten we lunch terwijl we naar de zee luisterden en klommen daarna weer omhoog. Gelukkig liep het pad verder door het bos richting Esporles, waar we na 22 km en 1400 hoogtemeters sliepen in hostel Sa Fita Backpackers.

Dag 3:
We vertrokken vroeg uit Esporles, omdat het in oktober op Mallorca nog steeds 30°C kan worden. Ons doel was Refugi Con Boi, 24 km met 1200 hoogtemeters.
Halverwege liep het pad door open bos en kwamen we in Valldemossa, een heel mooi en levendig toeristisch dorp. We vulden ons water aan en gingen weer verder.
Het volgende deel was erg mooi, met geplaveide paden richting Puig Gros. Deze top is kaal en zonder bomen, waardoor het erg heet werd. We dronken al ons water op en kregen daarna een steile en onaangename afdaling naar Deià. We zagen het dorp lang liggen, maar het leek maar niet dichterbij te komen. Gelukkig waren de uitzichten op zee tijdens de afdaling prachtig en verfrissend.

Dag 4:
Van Refugi Con Boi naar het Cúbermeer was het 30 km met 130 hoogtemeters, inclusief een korte omweg naar Refugi Muleta, met een prachtig uitzicht over Sóller.
Dit was een zeer zware dag, omdat ongeveer 90% van de route volledig in de zon lag, meestal op asfalt of grindwegen. Alleen aan het einde boven Sóller was er wat schaduw. Een groot voordeel waren de waterbronnen boven Sóller, waar meerdere bronnen stroomden.
Vanaf Coll des Lofra was het nog maar kort naar het Cúbermeer, dat duidelijk ooit veel voller was geweest dan nu.
Refugi de Cúber was vol, dus sliepen we bij de parkeerplaats Font des Noguer alleen onder onze tarp, maar gelukkig wel met stromend water én het uitzicht op Puig Major, de hoogste berg van Mallorca, die overigens niet toegankelijk is omdat het een militair gebied is.
’s Nachts mekkerden schapen en het was erg koud rond 700 m hoogte. De temperatuur zakte tot 5°C, dus de slaapomstandigheden waren niet ideaal.
Dag 5:
’s Ochtends vulden we water aan en gingen de bergen in. We kozen de zwaardere route via Refugi Tossals Verds, onder de Puig de Massanella (1364 m), de hoogste toegankelijke top van Mallorca.
De kaart gaf een klettersteig aan, maar het bleek te gaan om slechts een paar meter klimmen met behulp van kettingen. De route was erg rotsachtig, zonder echt pad, maar met spectaculaire uitzichten over de Serra de Tramuntana. De bergen zijn kaal en boomloos en het was nog steeds erg warm.
Vanaf Coll des Telegraf daalde het pad steil door een diep grasdal naar de weg. Vanaf daar was het ongeveer 3 km via Lluc en een laatste klim naar Refugi Son Amer.
Vandaag: 20 km, 1200 hoogtemeters.
Dag 6:
Van Refugi Son Amer naar Refugi del Pont Romà zou het 18 km bergafwaarts zijn met ongeveer 650 hoogtemeters daling, gevolgd door de laatste 5 km vlak langs de weg.
Na 6 km was er een afslag naar Puig Tomir (1104 m), wat we niet konden weerstaan omdat onze reis die avond zou eindigen. De beklimming was zwaar, met veel puin, hoogteverschil en steile afgronden, maar de beloning was de top met uitzicht op Pollenca, Port de Pollença en Cap de Formentor, dat alleen met de bus bereikbaar is.
De afdaling was technisch en vereiste veel voorzichtigheid bij elke stap.
’s Avonds liepen we door het centrum van Pollença, inclusief de eindeloze trappen naar de Calvarie.


Dag 7:
Een korte tocht naar Port de Pollença en een wandeling naar Cala del Pi de la Posada, waar we eindelijk de welverdiende duik namen. De zee was warm, zelfs half oktober.
De volgende dag kwam er een storm, met regen die de hele dag aanhield, dus namen we de bus terug naar Palma.
Conclusie:
We hadden alle refuges geboekt behalve twee nachten, maar het is ook mogelijk om langs de route te kamperen in stenen schuilplaatsen.
Het stuk van Sant Elm tot Sóller heeft serieuze waterproblemen.
Er zijn meerdere routevarianten, je moet goed kiezen.
Elke dag hadden we 1000–1300 hoogtemeters, wat behoorlijk zwaar is bij warm, zonnig weer zonder schaduw.
Het was geweldig!