12 Huib Loopt de Camino

Duizend kilometer, dat was voor aanvang van mijn voettocht van Lourdes naar Santiago de Compostella de ruwe schatting van het totaal aantal kilometers dat ik zou gaan lopen. Het werden er uiteindelijk 1.125. Hoe dat kan? Omdat iedere pelgrim wel eens verkeerd loopt, omdat een stappenteller elke stap die je zet bijhoudt, en dus ook je dagelijkse gang van herberg naar supermarkt en weer terug. In mijn geval komt het grootste aandeel van die extra kilometers echter voor rekening van een epiloog.

Terugblik op Huibs voettocht naar Santiago

Iedere pelgrim die de camino heeft uitgelopen, zal het beamen. Bij aankomst in Santiago knapt er iets. De weg is gelopen, het doel bereikt. De mensen met wie ik de afgelopen weken bijna 24/7 heb opgetrokken, met wie ik heb gelachen en gehuild, van wie ik ben gaan houden, we ervaren allemaal dezelfde tegenstrijdige sensatie op praza do Obradoiro. Het kolkt endorfine in onze lijven, we hebben onze bestemming gehaald, en tegelijkertijd verzetten we ons inwendig tegen het naderende afscheid van elkaar. De flinterdunne ruimte tussen geluk en verdriet schuurt hevig.

Een epiloog dus. Om het af te leren en al die kilometers in perspectief te zien. Een epiloog om weer even ‘alleen met mezelf’ te zijn en dit magische avontuur met drie etappes te verlengen. Per slot van rekening is het maar 90 kilometer van Santiago naar Finisterre en dáár houdt de wereld op. Wandelen naar het ‘einde van de wereld’ doet bovendien iets mentaal met je. Verder dan Cabo Finisterre kun je niet lopen. Dan is voorbij echt voorbij. Is er alleen nog de oceaan.

Fysiek was de camino een uitdaging. De Pyreneeën puur en prachtig om te zien, maar het afdalen van Somport naar Jaca een aanslag op mijn gestel. De stekende pijn in mijn voeten, ondanks de beresterke Hanwags die ik al in Nederland goed had ingelopen, daar had ik me vooraf geen voorstelling van kunnen maken. En toen moest het ergste nog komen. Bij Puerta la Reina kwam ik noodgedwongen twee dagen tot stilstand. Een loodzwaar onderbeen, de fik in mijn pezen bij elke stap. Janken! Dan maar Ibuprofen en Voltaren Emulgel, want we zullen doorgaan. Op de Meseta kreeg ik last van mijn kniegewricht en leende ik een poosje de brace van mijn loopmaatje. Om pas in Ponferrada, na 800 kilometer, mijn eerste blaren te laten doorprikken in het ziekenhuis. Het zat niet mee, maar het had ook veel erger gekund.

Mentaal doet de camino veel met je. Doordat je weken achtereen afstanden tussen de 25 en 30 kilometer loopt, ontstaat er ruimte in je hoofd die je in het ‘normale’ leven maar amper toelaat. Door te bewegen, breng je letterlijk je grijze massa in beweging. De aanmaak van endorfine doet de rest. Je denkt lichter, obstakels verdwijnen en zo wordt het leven als vanzelf een stuk aangenamer. Dat is, kort door de bocht, mijn ervaring. En dan nog iets. Na zes weken uit je rugzak leven, veranderde ook mijn visie op het leven. Ik ben gaan inzien dat er heel weinig nodig is om echt gelukkig te zijn. Twee T-shirten, een korte broek, twee onderbroeken en een tandenborstel. Meer heb je niet nodig.

In Finisterre schijnt de zon. Alles ligt achter me. Het gaat niet om dat nieuwe, grotere huis en die blinkende auto onder je kont. Het gaat er niet om hoeveel likes je op Facebook hebt, hoeveel volgers op Instagram. Het gaat om iets veel groters. En dat, dát geeft de camino je. Het is een prachtig inzicht na een prachtig avontuur. Voorlopig loop ik nog wel even door.

Schrijver Huib Afman liep de afgelopen zomer van Lourdes naar Santiago de Compostella en deed daar wekelijks verslag van in een online column. Kathmandu sponsorde een deel van Huib z’n uitrusting.

Om de beste gebruikerservaring te bieden maakt onze website gebruik van cookies. Door gebruik te maken van onze website gaat u akkoord met de standaardinstellingen. Bekijk onze privacy beleid hier.