Kathmandu Nieuwsbrief

Wij houden u graag op de hoogte! Meld je nu aan »

"Wat zijn de voordelen van de Kathmandu spaarpas?"

Lees verder »
winkelmandje

winkelmandje
artikelen (toon)

Verrekijkers


Hoe kies ik een verrekijker?

Er zijn heel veel verrekijkers verkrijgbaar van heel goedkoop tot heel duur.
Hoe kiest u uit dit aanbod een kijker die bij u past? En wat zijn eigenlijk de verschillen en waar moet u op letten? 

Doel van gebruik

Om te beginnen is het handig om voor uzelf duidelijk te hebben hoe, waar, wanneer en voor welk doel u de verrekijker het meest gaat gebruiken. U kunt hem bijvoorbeeld gaan gebruiken op vakantie in de bergen, om vogels te kijken of op een safari-reis.

Lichtverlies

Belangrijk om te onthouden is, dat bij verrekijkers alles draait om licht en lichtverlies. De lenzen in de verrekijker zorgen voor afzwakking van het oorspronkelijke licht en beïnvloeden de kwaliteit van het beeld. Dus kort gezegd: een kijker die het minste licht verliest, geeft het mooiste beeld.

Stap1: Bepalen vergroting en grootte

 

De taak van een verrekijker is uiteraard een object te vergroten/dichterbij te halen zodat u het beter ziet. Dus laten we beginnen bij het bepalen welke vergroting u nodig heeft voor uw activiteiten.

Wat is vergroting?
Vergroting verwijst naar de verhouding tussen de afmetingen die u met het blote oog waarneemt en de afmetingen die u via de verrekijker ziet. Als een verrekijker een vergrotingsfactor van 10x heeft, wordt een object 10 keer vergroot. Met andere woorden, een object op 100 meter afstand zal via de verrekijker niet meer dan 10 meter weg lijken.

De vergroting staat aangegeven op de kijker. Bij een aanduiding 8x40 op een verrekijker, houdt dit in dat de kijker een vergroting heeft van 8x; het object dat u bekijkt wordt 8x dichterbij gehaald. Het tweede getal (in dit geval 40) geeft de diameter in millimeters aan van de objectieven, dit zijn de lenzen aan de voorkant van de verrekijker.

De vergroting kunnen we indelen in kleine, middel en sterke vergroting. De gebruikstoepassing bepaalt al gauw de vergroting.

Kleine vergroting 4x tot 6x vergroting Sportevenementen, theater, concerten Het totaal komt wel dichterbij, maar details zien is lastig
Middel vergroting 7x tot 10x vergroting Algemeen, jacht, veldsport, oriëntatie Geeft overzicht en redelijk tot ruim voldoende detail
Sterke vergroting 11x en sterkere vergroting Observatie, astronomie Detail zijn zichtbaar, maar het overzicht is moeilijker


Nadelen van een sterke vergroting

  • Des te hoger de vergrotingsfactor, des te moeilijker het wordt om het beeld van de kijker stabiel te houden. Bij een vergroting vanaf 10x wordt het trillen van de handen echt zichtbaar. Bij een vergroting van meer dan 12x wordt het vrijwel noodzakelijk om een statief te gebruiken.
  • Des te hoger de vergrotingsfactor, des te groter de minimale instelafstand wordt. Met andere woorden: bij een hoge vergrotingsfactor kunnen objecten op een kleine afstand (minder dan 10m) niet scherp in beeld gekregen worden.
  • Kijkers met een hoge vergrotingsfactor zijn meestal ook groter in afmeting en wegen relatief ook meer.
  • Ook kunt u een duidelijk lichtverlies merken bij een grote vergroting er is dus veel meer licht nodig om het beeld helder en scherp te houden.
     

Stap 2: Bepalen objectief diameter

De objectieflenzen zijn de lenzen die aan de voorkant van de verrekijker zitten. De objectieflens is de plek waar het licht binnenkomt. Dus hoe groter de lens, des te meer licht binnenkomt en dat is altijd gunstig voor de beeldkwaliteit. Een groot nadeel is echter dat de kijker zwaarder en groter wordt. Wat de diameter van de objectieflens is, staat aangegeven op de verrekijker. Bijvoorbeeld bij een aanduiding 8x40 is de diameter van het objectief 40 millimeter (het eerste getal is de vergroting). Compactverrekijkers zitten meestal rond de 20mm. Rond de 30mm worden de verrekijkers robuuster. Bij 40mm of groter worden het forse kijkers. Het gebruik van de verrekijker zal dus bepalend zijn voor de keuze van de diameter van het objectief.

Stap 3: Bepalen uitvoering

Onder het bepalen van de uitvoering kunnen denken we aan zaken als vorm, waterbestendigheid en schokbestendigheid.

Dakkant of porro?

Dakkant of porro zegt iets over het soort prisma dat gebruikt wordt in de verrekijker. dit heeft invloed op de vorm van de verrekijker.

Dakkant

De dakvormige prisma's waarbij het licht door een rechte lijn gaat, maken compacte kijkerontwerpen mogelijk. Bij een dakkant raakt het licht echter altijd iets uit fase. Dit betekent dat omdat het licht gebroken wordt, er een iets minder scherp beeld ontstaat. Een Phase-coating op de prisma's heft dit probleem op.

Porro

Door het toepassen van porro-prisma's volgt het binnenvallende licht een "N"-vorm voordat het bij het oog komt. De prisma's en het objectief en oculair staan niet recht tegenover elkaar, vandaar dat dit type over het algemeen breder is dan de dakkantkijker.

Waterdichtheid

De meeste kwaliteitsverrekijkers zijn waterdicht of waterafstotend. In de goedkopere segmenten komt u heel wat kijkers tegen die niet tegen water kunnen.  Bij deze kijkers kan er condensvorming ontstaan op de lenzen aan de binnenkant van de verrekijker. Dit vocht zal wel weer langzaam verdwijnen zodra u weer in een droog klimaat bent maar de kijker is dus onbruikbaar totdat het vocht verdampt is. Deze verrekijkers kunt u dus niet in de regen of tropische gebieden gebruiken.

Coatings

Normale lenzen hebben de eigenschap gedeeltelijk te reflecteren waardoor licht- en contrastverlies optreedt. Door de lenzen te voorzien van een coating (opdampen van een mineraaloplossing), wordt de reflectie verminderd, waardoor het licht minder wordt verstrooid en een hogere lichttransmissie wordt bereikt. Hoe groter het aantal coatings en hoe meer lenzen van een coating worden voorzien, des te beter de beeldweergave.

Lenzen

In veel verrekijkers wordt tegenwoordig gebruik gemaakt van BaK-4 prisma's en lenzen. BaK-4 is bariumkroonglas dat de lichtsterkte vergroot en ervoor zorgt dat de beelden ook aan de randen van het gezichtsveld haarscherp zijn.

Hoe kan ik verschil in beeldkwaliteit onderscheiden?

Bij de ideale verrekijker vergeet u dat u door een verrekijker kijkt. Als u een verrekijker aanschaft met een groot beeldveld en een superieure beeldkwaliteit (zo goed dat er nauwelijks verschil is met waarneming via het blote oog), zult u daar vele uren plezier van hebben. Sommige mensen denken ten onrechte dat het niet erg is dat de buitenste rand vaag is, omdat zij zich richten op het midden van de lens. Gewoonlijk projecteert het netvlies van uw ogen beelden zonder afwijkingen. Als u vage beelden ziet, proberen de hersenen deze te negeren. Als u gedurende langere tijd vage beelden bewust probeert te negeren, kunt u moe worden en zelfs ziek. Louter op basis van technische gegevens is het moeilijk om de beeldkwaliteit te beoordelen. De gemakkelijkste en veiligste manier is door de verrekijker kijken.
Houd de volgende punten in de gaten wanneer u een verrekijker aanschaft:

  • Zie ik één beeld of twee?
    Verrekijkers gebruiken twee lenzen die parallel zijn aan elkaar. Ten gevolge van een onjuiste uitlijning tijdens de fabricage of van schokken tijdens het transport, kunnen de lenzen ten opzichte van elkaar verschuiven. Als dat gebeurt, ziet u twee beelden. Ook als u de verrekijker laat repareren, zullen de lenzen bij een kleine schok weer kunnen verschuiven. Een dergelijke verrekijker is niet aan te bevelen.
  • Is het beeld scherp genoeg?
    Controleer of de letters op een uithangbord of de dunne takjes van bomen haarscherp zijn. Controleer ook of 's nachts de lichten en de sterren niet vaag zijn en of de omtrek niet vervormd is. Het is waarschijnlijk moeilijk om te bepalen hoe duidelijk het beeld is nadat u door slechts één verrekijker hebt gekeken. Probeer daarom verschillende modellen uit, zodat u in staat bent om onderscheid te maken.
  • Lijkt het of de kleuren door elkaar lopen? En zijn de kleuren anders dan in werkelijkheid?
    Als u naar een wit voorwerp kijkt, verschijnt een regenboog-achtige ring. Dit verschijnsel heet chromatische afwijking en wijst gewoonlijk op een mindere beeldkwaliteit. Dit komt voor bij verrekijkers met een grotere diameter en een hogere vergrotingsfactor. Ook kunnen de kleuren afwijken vanwege de coating en het type lens dat is gebruikt. Kijk met de verrekijker naar een wit object en controleer hoe wit het is.
  • Is het hele beeld helder genoeg?
    Er zijn meerdere verrekijkermodellen op de markt met een groot beeldveld. Hieronder zijn echter verrekijkers die "onder druk" een groter beeldveld geven, wat tot gevolg heeft dat de beeldkwaliteit rond de randen van de lens slechter is. Als dit het geval is, ligt de oorzaak meestal in de kromming van het veld. Richt de kijker op een muur, stel scherp op een eenvoudig voorwerp en controleer of u alles eromheen scherp kunt zien. Als de kromming van het veld te groot is, zullen de randen vaag zijn. Een dergelijke verrekijker is niet aan te bevelen.
  • Is het beeld vervormd?
    Soms lijkt het of de loodrechte lijnen van de ramen of de bakstenen in een gebouw bij de rand van de lens zijn verbogen. Dit wordt vervorming genoemd. Als de vervorming erg sterk is, lijkt het gehele object niet alleen vervormd, maar zal het lijken of het object zweeft als u de kijker beweegt zodat u erg moeilijk een duidelijk beeld krijgt.

 

Meer informatie over verrekijkers

Door wat kleine sommetjes kunnen we nog meer te weten komen over de verrekijker. Zo kunnen we uitrekenen wat de uittredepupil, de lichtsterkte en het schemergetal zijn. Met deze informatie komen we meer te weten over de prestaties in moeilijkere lichtomstandigheden zoals de schemering, bewolking of nacht.

Uittredepupil

De uittredepupil is de diameter van de lichtbundel die de kijker door het oculair (lenzen bij de ogen) verlaat. Om te begrijpen wat het uittredepupilgetal is en wat u eruit kunt opmaken, gaan we hem eerst bekijken.

Als u een verrekijker op ongeveer 40cm afstand van het oog tegen het licht houdt, dan is er een lichtcirkel op het oculair zichtbaar. Naarmate de uittredepupil groter is, wordt er meer licht doorgegeven en biedt de verrekijker een beter beeld in donkere omstandigheden. Deze cirkel verschilt per kijker. De grootte van deze lichtcirkel kun je uitrekenen. Hiervoor deel je het getal van de objectief diameter door de vergroting. Dus bij een verrekijker van 8x40 is de uittredepupil 5.

Als we dit getal met het uittredepupil getal van het menselijk oog vergelijken kunnen we zien wat het effect er van is. Bij jonge mensen kan de pupil van het menselijk oog zich in het donker tot ongeveer 7mm openen, bij helder licht sluit de pupil zich tot ongeveer 2mm. Naarmate men ouder wordt zal de soepelheid van het pupil afnemen, waardoor de pupil zich in het donker nog slechts opent tot ongeveer 5mm. Dus een verrekijker met een uittredepupil groter dan 8mm levert geen toegevoegde waarde voor het menselijk oog.

Lichtsterkte

Met lichtsterkte bedoelen we de hoeveelheid licht die de verrekijker doorlaat. Om de (geometrische) lichtsterkte uit te rekenen nemen we het kwadraat van de uittredepupil (= uittredepupil met zichzelf vermenigvuldigen). Bij een 8x40 kijker was de uittredepupil 5, dus de lichtsterkte wordt 5x5 = 25. In principe geldt: hoe hoger hoe beter. Maar een lichtsterkte van meer dan 49 (=7x7) levert geen toegevoegde waarde voor het menselijk oog. Kijkers met een hoge lichtsterkte (7x50, 8x56, 9x63) worden ook wel nachtkijkers genoemd.

Bij voorgaande berekening wordt geen rekening gehouden met de prestatieverhogende aanpassingen van de lens. Door toepassing van speciale lenzen, zoals als bijvoorbeeld BAK-4 glas kan een betere lichtsterkte verkregen worden dan de geometrische lichtsterkte.

Schemergetal

Het schemergetal is eigenlijk een soort maatstaf voor de prestaties van de kijker als geheel. Hoe hoger het schemergetal, des te beter de prestaties/details bij ongunstige lichtomstandigheden. Bij deze berekening wordt wederom geen rekening gehouden met prestatieverhogende middelen als coatings en gebruik van speciale glassoorten. Het schemergetal wordt verkregen door de vergroting en de objectiefdiameter met elkaar te vermenigvuldigen, en vervolgens de wortel te trekken uit dit product. Voor een 8x40 kijker geldt dus: 8x40=320. Vervolgens trekken we de wortel uit 320 = 17.9 (afgerond).

Wanneer het schemergetal wordt vermenigvuldigd met 10 krijgen we het aantal meters waarbij in ongunstige omstandigheden nog details onderscheiden kunnen worden. In ons voorbeeld van de 8x40 kijker wordt dit dus 179 meter.

Gezichtveld, schijnbare beeldhoek en eye relief

Gezichtsveld

Met het gezichtsveld wordt in meters uitgedrukt de breedte van het zichtbare landschap in de verrekijker op een afstand van 1000 meter. Op sommige verrekijkers wordt niet de aantal meters vermeld maar de beeldhoek in graden. Om dit om te rekenen naar meters vermenigvuldigd u de beeldhoek met 17,5. Dus een kijker met een beeldhoek van 6 graden heeft een gezichtveld van 6 x 17,5 = 105 meter. Het maximale wat het oog kan zien is 136 meter.

 

Schijnbare beeldhoek

De schijnbare beeldhoek bereken je door de gezichtsveldhoek te vermenigvuldigen met de vergrotingfactor. Een kijker met een vergroting van 7x en een gezichtsveldhoek van 9.3 graden heeft dus een schijnbare beeldhoek van 65.1 graden. Hoe groter de schijnbare beeldhoek, hoe rustiger het beeld en des te eenvoudiger het is bewegende beelden te volgen.

Eye relief

Dit is de afstand tussen uittredepupil en de rand van het oculair (lenzen aan de oogkant van de verrekijker) in millimeter. Voor brildragers moet dit minimaal 13 zijn. Let er dat geval op dat er verstelbare oogkappen op zitten zodat de afstand verkleind kan worden. Meestal geldt: hoe hoger de vergroting en breder het gezichtsveld, hoe kleiner het eye reliefgetal.

Hoe onderhoud ik een verrekijker

Het grootste gedeelte van het onderhoud zit hem in een zorgvuldige omgang. Het enige wat nog rest is een lenzen zo nu en dan schoonmaken met daarvoor bestemde lensdoekjes of lenspen/borsteltjes.

Om de inhoud van het winkelmandje te zien moet JavaScript ingeschakeld zijn.

© Copyright 2012 | alle prijzen en gegevens onder voorbehoud